Massaria (Splanchnonema platani) is in Nederland een ‘nieuwe’ schimmelaantasting in platanen die in zeer korte tijd omvangrijke houtrot in de (gestel)takken veroorzaakt, waardoor deze gevoelig worden voor takbreuk. Door de snelle uitbreiding van de schimmel in aangetaste takken en het bijkomende risico op schade en/of letsel ten gevolge van takbreuk, is het noodzakelijk om platanen met een hoge gevaarzetting regelmatig te inspecteren op het voorkomen van de schimmelinfectie en om daarbij geïnfecteerde takken te verwijderen.

Uit onderzoek is gebleken dat Massaria-infectie met name halfwas en volwassen platanen treft die door slechte groeiplaatsomstandigheden en/of door optredende droogteperioden in een zekere mate van stress verkeren of een verminderde conditie hebben. De schimmel infecteert vooral twijgen en takken met een diameter kleiner dan vier centimeter (diametergrens voor snoei van dode of aangetaste takken t.a.v. de zorgplicht) maar kan zich ook in zware gesteltakken uitbreiden. Jonge platanen lijken minder gevoelig voor Massaria en vormen vanwege hun geringe grootte en lichtere vertakking een beperkter risico in het geval van takbreuk. De infectie begint meestal aan de bovenzijde van de takaanzet en breidt zich uit aan de bovenzijde en in de lengterichting van de tak, waarbij het takhout tot aan de kern geïnfecteerd wordt en afsterft. Doordat dit rottingsproces zich in het bovenste segment van de tak uitbreidt, treedt ernstige mechanische verzwakking op waardoor de kans op takbreuk groot wordt. De incubatieperiode van de Massaria-infectie is erg kort en kan in enkele maanden na infectie al leiden tot het uitbreken van (zware) takken.
Doordat de schimmelinfectie zich aan de bovenzijde van de takken uitbreidt, en daarbij voornamelijk grote platanen betreft, is de infectie vanaf de grond niet of nauwelijks waar te nemen. Doordat de takken van boven geïnspecteerd moeten worden is het noodzakelijk de Massariacontrole klimmend of met behulp van een hoogwerker uit te voeren.